“Ik ga dood he?”

Ik moet ergens boven zijn maar ken het gebouw nog niet zo goed. Ik pak de eerste lift die ik zie, en als de liftdeuren opengaan, zie ik dat ik een lift verder had moeten pakken. Ik ben op de verkeerde afdeling. Ik zie meneer Visser staan. Meneer Visser is verdrietig, hij huilt. Meneer Visser ziet er uit als een vriendelijke, oude man. Altijd keurig gekleed. Een overhemd en een trui daarover. Keurige schoenen, pantalon en prachtig wit haar. Een volle bos nog met een slag erin. Zijn haar zit altijd alsof het geföhnd is. Hij is relatief jong vergeleken met zijn huisgenoten. Zijn gezicht is een grimas en hij duwt zijn vuist in zijn ogen, nadat hij zijn bril heeft afgezet. Een oudere vrouw, staat naast hem, wrijft over zijn arm. Troostend. Ze ziet er zelf ook heel verdrietig uit. Mijn medelifters, stappen uit en gaan gelijk naar meneer Visser. Kennelijk familie. De verdrietige vrouw, ziet de open liftdeuren en stapt bij mij in.

Ik heb nog niks door maar in de lift kijkt ze mij aan als een hertje in koplampen. Ohoh… dat is niet goed.

‘Gaat het goed met u mevrouw? Ik zie dat u erg verdrietig bent.’
“Ik weet het niet…” Het klinkt angstig
‘Waar gaat u heen vandaag?’
“Ik weet het niet, ik weet niet waar ik zijn moet”
Shit… Dit was geen familie van meneer Visser maar een bewoner. Ik heb helemaal geen ervaring met mensen die een vorm van dementie hebben. En ze is erg verdrietig.
‘Woont u hier?’
“Ik denk het wel” En ze blijft mij met grote, bange ogen aanstaren.

De deuren gaan open en ze pakt mijn arm en rent bijna de lift uit, mij achter zich aan sleurend. Haar greep is behoorlijk strak. We gaan een doodlopende gang in.
‘Wilt u even een stukje wandelen hier beneden?’
“Neeeee, ik ben bang! Ik wil dit niet”
Ze klampt zich met haar andere hand ook vast aan mij.
‘Waar bent u bang voor? Ik ben toch bij u? Er is verder niemand bij ons.’
“Dood! Ik ben dood he? Ik ben dooood.” De tranen schieten in haar ogen
‘Nee lieverd, je bent niet dood, je bent hier bij mij. Wil je even zitten hier? Even praten samen?’
“Neeee, ik ben zo bang, ik ben zooo bang! Ik ga dood he?”
Met geen enkele mogelijkheid krijg ik haar terug naar de lift. Met 1 vrije hand, pak ik mijn mobiel en bel naar de receptie en vraag mij door te verbinden naar de woning waar ze woont. En gelukkig, komt er hulp aan.
‘Zo, de zuster komt er zo aan en dan kunnen we weer lekker naar huis he? Een kopje koffie hebben we wel verdient.’
“Altijd maar koffie! Ik wil geen koffie!”
‘Oh, liever een kopje thee? Dat mag natuurlijk ook’
Mijn collega uit de zorg komt aangelopen en roept vrolijk: “Hallo Mieke! Ga je met mij mee naar huis?”
“Neeee! Ik ben zo bang!”
Mijn collega zegt dat er niks aan de hand is en dat ze mee kan lopen. We nemen ieder een arm van Mieke en met zijn drieën lopen we door de gang. De gang heeft aan beide kanten ramen tot op de grond en de zon schijnt warm naar binnen. “Wat een lekker zonnetje he?” zeg ik. ‘Als de zon schijnt, ga ik dood. Ik ga dood he? Ik ga dood. Ik ga hier dood.’ Ze kijkt ernstig. Het is haar waarheid. Het heeft geen zin het te ontkennen, want gaan we niet allemaal een keer dood?

Mieke is eigenlijk de hele dag in deze gemoedstoestand. Ze hield mijn hand stevig vast toen we weer op de huiskamer waren. Maar ze vond het te druk en weigerde mijn hand los te laten. Op de gang (daar staat een grote, gezellig eettafel met stoelen) wilde ze wel zitten. Ze slaakte een zucht van verlichting en als dank kreeg ik een mep.’Hey!’ zei ik ‘Dat doen we hier niet he? Dat is nergens voor nodig!’
Dat was mijn reflex. Ze schrok en pakte mijn hand weer vast. “Nee, ik ben een bang”
‘Dat snap ik wel. Maar nu ben je weer lekker thuis he? Wat een prachtige ring heeft u om zeg, is dat uw trouwring?’ “Ja” Ze glimlacht even. ‘Weet u nog hoe uw trouwdag was?’ “Prachtig, echt prachtig” De glimlach blijft even. Maar dat is maar een paar tellen en dan fluistert ze weer: “Ik ga dood hier… ze hebben me weggestopt. Ik ga dood…”

Een ontmoeting

In de bloei van zijn leven, een jaar of 40 was hij. Hij was internationaal vrachtwagenchauffeur. Hij was voor de liefde vanuit Engeland verhuisd naar Nederland en getrouwd met een prachtige Nederlandse vrouw en samen hadden zij 3 mooie zoons. Hij had alles wat hij ooit had gewild. Een gezin. Een thuis. Veel liefde. Hij was meer dan tevreden.

Maar toen… het ging mis. Een afschuwelijk ongeluk met de vrachtwagen. Weken in het ziekenhuis gelegen, ternauwernood overleefd. Lichamelijk redelijk hersteld, maar zijn hoofd van binnen, zijn hersenen, onherstelbaar beschadigd. Zijn geheugen… Weg. Elke paar minuten, wordt hij als het ware gereset.

Zo kom ik hem tegen. Hij woont hier al heel veel jaar. Ik heb hem wel eens zien schuifelen. Zijn hoofd een beetje schuin. Zijn armen strak over elkaar, en hij tilt zijn voeten niet op. Zo sloft hij door de gangen heen. En opeens kijkt hij om het hoekje van mijn kantoor.

“Hallo” zeg ik “ben je lekker aan de wandel?” Zijn blik licht op. Hij wordt vaak genegeerd, want hij woont hier en dat is dus eng, want er is iets mis met hem.
‘Ja’ zegt hij.
“Wat gezellig dat je even komt kijken hier, ik ken je eigenlijk niet”
Hij schuifelt naar binnen en hij zegt:’I lost my memory, i can’t remember who i am’
“Hey”, zeg ik, “je spreekt Engels.”
‘Yes.’
“Maar je verstaat wel Nederlands?”
‘Ja.’
“Ben je een Engelsman?” vraag ik
‘Yes, i’m born in Manchester, South-West of Manchester. But i can’t remember anything. I don’t know how old i am. How old am i?’
“Ik weet het niet. Ik weet wel dat je Ian heet. Klopt dat?”
‘Yes, i’m Ian and i’m born in 1966!’
“Oh, zeg ik, dan ben je nu denk ik 50 of 51 jaar oud”
Hij kijkt mij aan en zijn ogen worden groot. Hij grijpt naar zijn keel en roept uit: ’50? It can’t be! I think i’m 16! I can’t be 50! I’m not an old man!’
Ik kijk hem aan en besluit om van onderwerp te veranderen.
“Maar je weet nog wel dat je uit Manchester komt?”
Zijn mondhoeken krullen weer iets omhoog. ‘Yes!’
“Waarom ben je naar Nederland verhuisd?”
Zijn ogen lichten op en hij antwoord: ‘My wife’
“Aaaahw, voor de liefde! Hoe is ze?”
‘She is beautyful. Do you know when she’s visiting me?’
“Nee, ik weet het niet Ian”
Hij kijkt mij heel ernstig aan en vraagt: ‘Am i dangerous?’
Ik ben even van de leg. Want gevaarlijk is nu niet echt het eerste wat er in mij opkomt bij deze man
“Nee, je bent niet gevaarlijk. Je bent heel vriendelijk.”
Hij kijkt opgelucht
“Heb je kinderen Ian?”
‘Oh yes!’ Hij veert op in zijn stoel. ‘I have 3 sons!’
“En weet je hoe ze heten?”
‘Yes!’ En hij noemt hun namen.

Ik moest even een telefoontje opnemen en na dat ik dat heb afgehandeld, en weer verder wil praten met Ian, is hij weer gereset.

‘I lost my memory. I can’t remember anything.’
“Wat is er met je gebeurd, Ian?”
‘I don’t know.’ En hij heft zijn handen op
‘I have know idea. Can you tell me?’
“Nee, ik weet het niet. Hou je van muziek?”
‘Oh yes!’
“Van wat voor muziek hou je?”
‘I don’t know.’
“Hou je van The Rolling Stones”
Hij kijkt mij vies aan en schudt resoluut zijn hoofd.
“The Beatles?”
Hij trekt een nog viezer gezicht en zegt duidelijk: ‘Nooooooo!’
‘I like classic music!’
“Oh, Beethoven? Bach?”
‘Vivaldi!’
“Maar dat is prachtig!” Antwoord ik
Hij kijkt mij aan en vraagt dan: ‘Am i dangerous?’
“Denk je dat je gevaarlijk bent?”
‘I don’t know!’
“Maar voel je je gevaarlijk?”
Hij kijkt mij wanhopig aan en herhaalt met handen in de lucht: ‘I really don’t know!’
“Nee, Ian, je bent niet gevaarlijk.”
‘I lost mij memory, i can’t remember anything! How old am i?’
“Weet je welk jaar het is?”
‘I don’t know.’
“Het is 2017.”
‘What? It can’t be! It can’t be 2017! I think is 1982!
I can’t remember anything!’
“Zullen we koffie halen, Ian?”
‘Yes!’
“Kom.”
Hij schuift achter mij aan en roept: ‘Only milk, no sugar!’
“Dus je weet best wel wat nog Ian! Hoe je je koffie lekker vindt, dat je kindjes hebt, een vrouw, waar je vandaan komt.”
Hij kijkt mij tevreden aan.
‘How old am i?’
“Je bent 16 of 17 denk ik. Ik weet het niet precies.”
‘Am i dangerous?’
“Nee Ian, je bent niet gevaarlijk. Hier heb je koffie.”
Tevreden gaat hij zitten en nipt van zijn koffie.

En morgen, morgen ontmoet ik Ian opnieuw. Voor hem opnieuw de eerste keer. En ik zal steeds beter leren wat hem blij maakt en waar hij van overstuur raakt.

Ik ben onder de indruk van Ian zijn verhaal. Begin 40 en je leven naar de klote. Je leeft je resterende leven in een verzorgingstehuis. Je weet dat je geheugen kapot is maar je weet zelf amper wie je bent. Dingen van een lang verleden, nog wel, maar dingen vanaf het ongeluk niet meer. Elke paar minuten weet je niet meer wat je vlak daar voor deed en omdat je geheugen niet goed meer is, je niet zelfstandig naar buiten mag, vraag je jezelf af of je gevaarlijk bent. Je weet niet hoe oud je bent en als je het vraagt, besef je dat je ruim 30 jaar van je leven kwijt bent. Een bizarre film…

Niks is vanzelf sprekend. Geniet van het leven, doe niet zo moeilijk over futiliteiten en geniet. Geniet 100% van alles wat je doet. Stel niet uit wat je ooit nog eens wil doen. Plan die dingen! NU!

 

(Ian = niet zijn echte naam, sommige dingen zijn iets anders weergegeven ivm privacy)

Het verhaal achter de tatoeage

Hij is af. De tatoeage die maar 1 tatoeage zou blijven. Ik vind namelijk heel veel losse plaatjes persoonlijk niet zo mooi, hoewel je steeds meer je grenzen gaat verleggen als je met die ene tatoeage gaat beginnen. Veel mensen vragen (als ze hem zien) wat de betekenis er van is. Het is voor mij heel persoonlijk en het zit zo diep, dat ik dat niet even zo kan zeggen. Dus vaak zeg ik dat het te persoonlijk is of gewoon, omdat ik het mooi vindt. Als ik iemand beter ken en er is tijd voor, dan wil ik het best vertellen. Maar nog steeds vind ik het lastig om het te vertellen. Kwetsbaar opstellen blijf ik gewoon heel moeilijk vinden.

Ik heb tatoeages altijd heel mooi gevonden. Altijd heb ik er eentje gewild. Voor mijn 18e was geen optie want ja, die lastige ouders. Toen ik eenmaal het huis uit was, ging ik er over mijmeren. Ik wilde wel een tattoo maar niet voor ik was afgevallen. Dus toen volgde er een dieetverhaal waar ik jullie nu even niet mee ga vervelen, want dat verhaal loopt nog steeds en zal nooit eindigen denk ik.

En toen, toen ging Marcel dood (klikkerdeklik).
Eenmaal een beetje bekomen van deze klap, zoekend naar mijzelf, ging het tattoo-idee weer spelen. Het kriebelde. Vlamde op. Toch maar niet. Toch maar wel? Zal ik? Nee… toch maar niet. En zo bleef het aanwezig in mijn achterhoofd en steeds weer borrelde het omhoog, heftiger. Toen ik relatieloos was, hakte ik de knoop door. Ik wilde een tatoeage maar wel maar 1. Een grote, onder mijn kleding. Ik wilde een boom, kaal. Want zo voelde ik mij. Een grote boom. Die stond symbool voor mij. Het maakt niet uit wat er gebeurt. Die boom blijft staan. Door weer in wind. In de heftigste periodes van mijn leven. Ik… Blijf… Staan!
Aan 1 kant van de boom wilde ik iets wat weg zou vliegen. Loslaten. Ik koos voor kraaien. Kraaien die uitvliegen. Weg. Die staan symbool voor Marcel. Hier heel mooi samengevat in een gedichtje uit de film ‘The Crow’ hoe en waarom kraaien(dank je wel Ron, voor de tip):

“People once believed that when someone dies, a crow carries their soul to the land of the dead. But sometimes, something so bad happens that a terrible sadness is carried with it and the soul can’t rest. Then sometimes, just sometimes, the crow can bring that soul back to put the wrong things right.”

Verder een maan, donkere tijden. Nadruk op de duisternis.

Op mijn ribben heeft de boom inmiddels vrolijke kleurtjes. Ik wilde een duidelijke balans tussen donker en licht. Want ondanks wat ik heb meegemaakt, heb ik het wel heel leuk nu. En het wordt alleen maar leuker. Naarmate ik ouder word, weet ik steeds beter wat goed voor mij is, wat belangrijk is en wat niet. Ik kan beter loslaten wat negatieve energie kost en vasthouden wat ik belangrijk vind.
Het is een hysterische confettipartij geworden en ik word heel blij als ik er naar kijk. Veel paars, roze, blauwe en een beetje groen.

En een boom, hoe groot ook, kan niet staan zonder wortels. Zonder een goede basis. De basis voor mij is hoe ik ben opgevoed. Mijn ouders hebben mij een goede basis mee gegeven (wat geen makkelijke taak was) om mij door moeilijke tijden heen te slaan. Ook om van mooie tijden genieten trouwens. Genieten van wat je nog wél hebt en niet blindstaren op wat je kwijt bent. Daarom een flinke wortelpartij in een vage hartvorm. Want liefde. Nog steeds krijg ik veel liefde van mijn ouders en ik voel alleen maar (oke, meestal) liefde voor deze twee fantastische mensen. Hoewel ze niet zo van de tatoeages zijn, deze is voor jullie pap en mam, op mijn kont past een enorm groot hart 😛 :

Mijn oom Jaap heeft geholpen met de eerste opzet. Hij kan goed tekenen. Hoewel in de loop van het proces het één en anders is aangepast, staat de basis nog van wat hij heeft getekend voor mij. Namelijk mij. De boom. Dank je wel lieve oom <3

Jaco Dijksman, van Crazy Needle heeft de eerste sessies gedaan, maar helaas is hij overleden aan een hartaanval. Het voelde dan ook lastig om over te stappen naar een andere tatoeëerder. Want iedereen heeft zijn eigen stijl. En omdat je toch bloot op de stoel ligt, vind ik het heel belangrijk om wel een fijn gevoel hebben bij iemand én het staat ook voor altijd op je lijf dus ik ga niet voor de eerste de beste. Uiteindelijk ben ik bij Dries beland, van Dingo Tattoo in Gouda. Hij voelt goed aan wat ik wil en we hebben een beetje dezelfde smaak. Hij geeft ook goede adviezen en staat achter wat hij zet. Dat is een fijn gevoel. De tattoo zelf zetten niet trouwens, maar het is prima te doen.

Of ik nog verder ga? Nou, deze is af en ik noem het 1 tatoeage. Ik ga nu wel door voor een tweede. Zonder betekenis. Gewoon, omdat ik het zo onwijs mooi vindt. Dat wordt een sleeve, dus zichtbaar. Het klopt wat ze zeggen, als je eenmaal bent geweest, komt er nog een tweede keer… en een derde…

Dag Wim

En zo overleed Wim op 25 december 2013 om 22:10u in het bijzijn van zijn vrouw, kinderen en mij.
Het bleek eerste kerstdag te zijn. We hadden niet echt een gevoel bij die dag, want alles stond in het teken van Wim. Zijn laatste dagen waren erg moeilijk voor hem. Hij was erg onrustig. 24 december in de ochtend, hebben Wim en ik voor het laatst geknipoogd naar elkaar. Het ging al trager en minder krachtig. Toen ik aan het eind van de dag weer kwam, werd hij niet meer wakker. Hij was te diep weg om te reageren. Hij was wel onrustig. Daarom werd er besloten om hem meer rust te geven door middel van een slaapmiddeltje. Een dag later overleed hij. In zijn slaap. Heel rustig. Hij haalde gedurende de dag al anders adem. Oppervlakkiger. Op het laatst alleen als een soort automatisch mechanisme. Tot het stopte…..
‘Het is gebeurd.’

images

’25 december om 22:10u liet het leven Wim los,’ zoals de uitvaartonderneemster zo mooi zei. ‘En vandaag, laten wij het lichaam van Wim los.’
Dat was vanmorgen….

Dag Wim…

We zullen vanavond wél de schalen leegeten

Moeders: Kom jongens, eet nog eens wat! Anders hou ik zoveel over!
Vaders: Hoho, niks daarvan! Anders heb ik morgen niks lekkers te eten!

‘Wat een gedoe’

Herinnert u zich deze nognognog?
klikkerdeklik

Inmiddels zijn we exact 7 maanden verder toen hij een herseninfarct kreeg, terwijl hij eindelijk hersteld was na die zware chemo’s, waarvoor hij ook in het ziekenhuis heeft gelegen omdat zijn lijf het toch wat te zwaar had. Vol met plannen om naar de kerstmarkt in Duitsland te gaan, vol plannen met dingen opruimen en regelen voor later, als hij slechter werd en uiteindelijk ergens in 2014 zou overlijden. Medio 2014, want we waren positief. Voor de 12 maanden gingen we.
‘Zo gezond als een vis’, zo voelde hij zich weer. En toen, opeens, ging het mis. Vrijdag de dertiende notabene. Het eerste infarct. Hij herstelde redelijk in het ziekenhuis. Hij kon nog lopen, had praatjes en kon zelfstandig eten en drinken. Tot we woensdag kwamen… Nog een infarct. Wat een nachtmerrie. Hij kon niks meer. Alleen maar staren en later ook huilen. Hij begreep alles… Wat een verdriet, wat een frustratie, wat een ellende. Of zoals hij zelf regelmatig zei: ‘Wat een gedoe’. Gevangen in zijn eigen lichaam.

Inmiddels is hij thuis om zijn laatste dagen (hopelijk geen weken) door te brengen. We waken aan zijn bed zodat hij nooit alleen is.

Zijn vrouw is fantastisch, vol geduld en propvol met liefde voor hem. Zijn zoons zijn fantastisch. De beste zonen die je je maar wensen kan. Ze wisselen elkaar af en vangen elkaar op als ze niet boven tafel krijgen wat hij wil of bedoelt. Want dat is lastig en frustrerend. Zie er maar eens achter te komen met alleen knipogen en hoofdschudden wat hij bedoelt. Maar ze doen alles voor hem. Alles om het hem zo comfortabel mogelijk te maken.

Elke keer als ik binnen kom en weg ga, word ik getrakteerd op dikke knipogen en halve glimlachjes. Ik zoen hem plat, kriebel door zijn dunne haar. Ik zou willen dat ik had kunnen zeggen dat hij de leukste schoonvader is die ik heb gehad. Oke, het is mijn tweede schoonvader, maar van die twee is hij wel de leukste. Vooral sinds de kankerdiagnose zijn we closer geworden. Toen hij ons naar Schiphol bracht maakte hij het meesterlijke grapje: ‘Nou, ik zal zorgen dat ik niet dood ga tijdens jullie vakantie!’. Ik hou er van, zulke humor. En zo zaten we vaker op 1 lijn. Nog geen twee weken na onze thuiskomt, zitten we er midden in. Afscheid nemen.

Fuckzooi, we waren er nog niet klaar voor.

frustration

Warm

Het is warm in Nederland.
Het is warm bij mij op kantoor. Geen airco. Maar op het heetst van de dag de volle zon op het raam met lamellen die niet goed sluiten en verder geen zonwering. Met twee ieniemieniekantelraampjes lukt het niet echt om tocht te creëren. Dapper probeert de kantoorventilater een briesje door het zweethok te waaien. Een föhneffect. Er zit een tik in 1 van de bladen, waardoor de radio moeite heeft om erboven uit te komen. Het wordt steeds warmer en bedompter en de kleding begint te plakken. Bah. De hoofdpijn komt op en om 15u heb ik voor de 6e keer mijn flesje gevuld met koud water om te zorgen dat ik vooral kan blijven zweten.

Ik wil naar het strand. In bikini. En dan je voetzolen verbranden aan het hete zand en de zee in lopen. Met een stevige tred. Tot dat je aan je kruis in het water staat en je armen maf omhoog doet en op je tenen verder loopt omdat het zo koud is op je hete huid. En als je dan tot je oksels in het water bent, een soort mislukte, halve duik nemen en kopje onder. Het zoute water proeven op je lippen. Dan weer terug naar je handdoekje, op je rug liggen en opdrogen en dan op je buik liggen en verder drogen. Vervolgens dit hele ritueel een keer of vier herhalen om vervolgens richting terras te sloffen, jezelf in een oncomfortabele rieten stoel te nestelen, welke zich zonder medelijden in de achterkant van je blote benen stempelt en dan een koud drankje, met condens aan de buiten kant van je glas. Je huid trekkerig van de zon, je haren touwerig van het zoute water…. Je voeten vol zand, een rood verbrand randje langs de pijpjes van je bikinibroekje omdat je je daar niet goed hebt ingesmeerd….
Ja… dat wil ik!

Maar helaas… de telefoon gaat al weer en ik schrik op uit mijn dagdroom…. *zucht*

Strand

De taxichauffeur

Ik worstel mij door Utrecht heen, als mijn benzinelampje gaat knipperen… Dat betekent dat ik moet tanken. Gelukkig is er nog een pomp vrij en ik rij er heen, maar, ik word afgesneden door een taxi, die hem schuin voor mij neerzet. Ik vloek en overweeg op de claxon te duwen in combinatie met wat lelijke woorden. Ik haal diep adem en laat het lossssss (ik heb tegenwoordig yogales). Ik plak wel mijn auto praktisch tegen de hoek van zijn bumper, want hij staat scheef, zodat hij niet achter de auto langs kan. Demonstratief, met mijn armen over elkaar, kijk ik hem recht aan. De chauffeur stapt uit. Zo een typisch miezerig, klein mannetje met een gekreukeld, goedkoop, wit overhemd en een te grote pantalon. Hij pakt de slang en wil tanken. Maar de diesel wil niet lopen. Pinnen aan de pomp. Hij moet de kofferbak in om zijn tasje (ja echt) te pakken en moet dus via de voorkant om de auto heen lopen (gniffel). Inmiddels ziet hij er wat verhit uit en ik ben al een stuk minder boos. Hij gaat pinnen. Lukt niet. Hij gaat nog een keer pinnen… En hij wordt rood. Lukt nog niet. Inmiddels besluit ik om 2 pompen verder te gaan tanken. Terwijl ik bezig ben om mijn tank vol te gooien, hoor ik hard een kofferbakdeksel dicht gegooid worden en vlak daarna de autodeur. Ik hoor mijn vader in gedachte roepen ‘Het hoeft geen draaideur te worden!’. Vol gas, met piepende banden en een rood hoofd, rijdt de taxi weg, met een klapperende tankdop, want dat was hij vergeten in zijn boosheid.

Mijn humeur is weer een stuk zonniger 🙂
946929_442676009157058_118504897_n

Kanker kanker

Ik las het ooit in het boek van Kluun, ‘Komt een vrouw bij de dokter’. Schelden met kanker is niet zo mijn ding. Ondanks dat ik in Den Haag heb gewoond en dat ook regelmatig naar mijn hoofd kreeg geslingerd, heb ik ‘kanker’ nooit als krachtterm of scheldwoord gebruikt.

Nu wel. Kanker kanker.

Mijn schoonvader heeft kanker. Longkanker met uitzaaiingen. Niks meer aan te doen. 9 tot 12 maanden is de prognose.
Zijn wereld en van zijn vrouw, kinderen, schoondochters en kleinkinderen, stortte in.
Onbegrijpelijk. Alleen af en toe benauwd door dat vocht achter zijn longen, verder geen klachten. ‘Ik voel me zo gezond als een vis.’ Niks aan hem te zien verder. Nog even actief, kwiek, vol humor, lief en irritant tegelijkertijd (het is een gave 🙂 ). Niemand van ons had hier rekening mee gehouden. Ja, wel dat het fout zou zijn, maar niet dat er een korte levensprognose aan zou worden gehangen. Wel dus… Maximaal 12 maanden. Ik weet dat ik in herhaling val, maar het ís toch ook ongelooflijk?

Dus nu de medische molen in. 13 mei de diagnose en een week later aan de bak om de definitieve oplossing voor het vocht achter zijn longen uit te voeren. Hoewel dit niet zo makkelijk gaat als gedacht. (Vandaag horen we of het lukt of niet). Daarna opmaken om de chemo’s in te gaan om er voor te zorgen dat de levenskwaliteit zo lang mogelijk hoog blijft. Mijn schoonpa heeft zijn schouders er duidelijk onder gezet null

Een pittige tijd gaat het worden, dat is zeker, maar hopelijk ook een mooie en fijne tijd met heel veel nieuwe en mooie/fijne/leuke herinneringen.

Het moeilijkste voor mij? Mensen zien huilen waar ik veel van hou.

Zoals Herman van Veen ooit zong: “Maar een vriend zien huilen….. kan ik niet.”

traan

Miranda

Miranda, de nicht van Marcel. Rood, lang haar en extravert. Ze was geliefd. Door haar heb ik thee zonder suiker leren drinken. Door haar ben ik dingen anders gaan zien. Als zij de kamer binnen kwam, was het alsof er een frisse lentebries door het huis heen waaide. De sfeer veranderde gelijk. Ze was bijna altijd vrolijk en er was niemand die haar niet mocht. Als iets haar niet beviel, vertelde ze dat gelijk. Dit deed ze op zo een manier, dat je het altijd accepteerde en altijd met een lach. Ook begroette ze je altijd met 4 zoenen. 2 vond ze te weinig en met 3… ja.. dan had 1 wang maar 1 zoen en de andere 2, dat vond ze niet eerlijk. Enig idee hoe vaak ik bij andere mensen de mist in ging door dat ik automatisch 4 zoenen gaf? De 4e eindigde dan in de lucht… gênant, maar ik dacht daardoor vaak aan haar. Ze was een ster in kaarten schrijven. Soms kreeg je een half jaar naar dato nog een verjaardagskaart. Dan had ze hem wel geschreven, maar vergeten op te sturen en dat deed ze dan alsnog. Dat was Miranda.

Miranda was 25 jaar jong, toen ze van Noordwijk naar Nederhorst den Berg reed en door onbekende oorzaak van de weg af raakte. Ze sloeg over de kop. Ze had geen gordel om en is uit haar auto geslingerd. Samen met haar bouvier Rocko. Rocko overleefde het en had geen schrammetje. Miranda leefde nog wel. Helaas was ze zo ernstig gewond, dat ze in de traumahelicopter alsnog is overleden….

Zij leefde erg naar dit gedicht:

Ga nooit weg zonder te groeten,
ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen.

Loop nooit weg zonder te praten,
dat doet soms een hart zo pijn.
Wat je ’s morgens hebt verlaten,
kan er ’s avonds niet meer zijn.

En door haar, door hoe zij was en wat haar is overkomen, doe ik dat ook.

Miranda, 10 mei 1996, overleed zij.

Weerzien

juni 2008

Ik loop het bos in. Je wacht al op me… Samen lopen we over het pad, zoals we al vaker hebben gedaan. De honden rennen voor ons uit, spelend met elkaar. Het voelt zo vertrouwd. We lopen zwijgend verder. Na een stuk stevig doorstappen, sla ik het pad in, daar waar ik je ruim 4 jaar geleden achter gelaten hebt. Nouja, pad… Als ik me door het hoge gras heen heb geworsteld, sta ik op de plek. Ik luister naar de vogels en snuif de bosgeur op. Ik word overvallen door herinneringen en de bijbehorende emoties. Heftig, niet verwacht. De tranen stromen over mijn wangen. Ik kan bijna je stem horen. Je armen om me heen. Ik huil hardop en voel hoe ik me toen voelde. Scherpe pijn. Ik mis je. Ik wil de situatie niet meer terug draaien, maar ik mis je. 9 Lange jaren samen. Samen volwassen geworden…

Langzaam ebt het weer weg. Ik voel me leeg… Ik wandel rustig weer terug door het hoge gras en stap in de auto. Ik kijk het pad over, en zie hoe de zon haar best doet om door het wolkendek heen te schijnen. Ik laat jou weer achter. Het was fijn om na lange tijd weer even met je te zijn… Het is goed zo, lieve Marcel, het is goed zo….