Cambridge 500

Gister was het zover.
Ik ben gestart met Cambridge 500.
Vol goede moed. Het doel is 10 kilo afvallen en dan kijken hoe het gaat. Ga ik dan door voor nog 5 kilo of start ik met de volgende fase?

Ik ‘mag’ 3 shakes (of vervang 1 shake voor een CB-soep) en verder niks. Qua drinken alleen water, thee en zwarte koffie.

Ontbijt


Meer info over Cambridge Weightplan

De eerste twee dagen zijn het zwaarst. Ik voel me slap, heb vaak honger en daarbij nog wat hoofdpijn.
Ik heb mijzelf vaak afgevraagd waarom ik dit mijzelf aandoe. Maar, na 1 dag al 1,4 kg kwijt is wel een goede motivatie. Dit kan natuurlijk ook zijn omdat ik 86x per uur moet plassen. Ongeveer.

Dus, dit weekend eindelijk mijn boek uitgelezen, filmpjes gekeken en vooral niet veel bewogen (naast naar de wc lopen en de shake shaken). Het zou morgen beter moeten gaan. Dat hoop ik vooral ook voor mijn collega’s. Eigenlijk voor iedereen in mijn omgeving 😉

UPDATE 6e dag

Inmiddels is het dag 6 en ben ik ongeveer 4 kilo kwijt. Mijn energie heb ik ook weer gevonden en dat is wel zo fijn. De honger is kwijt en het naar de wc gaan is ook op een acceptabel niveau. Dit dieet scheelt bergen met afwas trouwens. So far so good.

Ik mis je

Ik mis je.
Dat had ik niet zo verwacht. Kennelijk heb je je dieper in mijn hart genesteld dan ik had gedacht. Ongemerkt. Een jaar geleden is het inmiddels, toen je gevangen in je eigen lichaam, op bed lag. Je kon alleen nog knipogen en een beetje om je heen kijken. En eten. Toetjes en ijsjes. Als de situatie niet zo verdomde klote was geweest, hadden we er om kunnen lachen. Want je hield zo van eten.

Ik mis je. Ik mis je flauwe opmerkingen. Je humor. Je interesse hoe dingen in elkaar zitten. Hoe je op veel dingen vroeg ‘Waarom?’ Hoe je door de stapel post ging, die niet van jou was. Hoe je mijn jas altijd voor hield, als een echte gentleman. Hoe die glimlach altijd op je gezicht zat gebeiteld. Hoe je steevast ‘helloooooooo’ zei als je een bekende zag.

Je bent er niet meer. Nooit meer. En december was al niet de beste maand maar je hebt het er niet beter op gemaakt. Oke, het jaarlijkse wokken met kerstavond, daar was ik geen fan van. Maar je had dan niet met kerst dood hoeven te gaan. Liever was ik nog 100x gaan wokken. Al was het maar alleen om jou voor de derde keer verheugd naar het buffet te zien hobbelen. Met die glimlach.

Dus ja… ik mis je. Meer dan ik had bedacht van te voren.

Fietsen

“Ja Tas! We gaan op 1 fiets, dan mag jij achterop!”
Nou… de laatste keer fietsen was al 10 jaar geleden had ik mij bedacht. Of nee, nog een keertje met E op de Veluwe waar ik vloekend op de fiets zat en E gierend van het lachen voor me uit fietste, soepel, ik hijgend erachter aan. Maar bij iemand achterop, dat was echt nog middelbare school tijd. Toen ik nog jong en naïef was en slank van nature. Maar goed. Met 2 glaasje wijn in de mik, sprong ik soepel achterop. Dacht ik. Neh, nee. Weet je wat? Ik fiets wel en dan ga jij achterop. Fietsen verleer je niet, denk ik. Dat de laatste keer dat ik in de bewoonde wereld heb gefietst zo een 20 jaar geleden is, maakt het alleen maar spannend voor degene die achterop zat. De bochten nam ik iets te ruim. Of iets te krap. ‘Hier links of rechts?’ “Ik vind het wel heel beangstigend bij jou achterop hoor! Wacht!” riep ze. “Ik bel een vriendin voor een fiets”
En zo geschiedde. Het laatste stukje naar de leenfiets, wilde ze niet meer achterop dus, elegant, zoals alleen ik dat kan, sprong ik weer op de bagagedrager en zat als een soort wokkel achterop.

Een eigen fiets! Yeah! Met terugtraprem. Voor elke stop zoeken naar de handrem. Ohnee! Shit! Naar achter trappen NU!
Op naar het centrum van Utrecht. Wat een drukte! Ik voelde me toerist in eigen land. Waarom steken die mensen zomaar over? Ja, jij zegt wel dat het groen is maar die auto! Wacht! Terugtraprem! Ho! Hoezo vinger uitsteken! Moet ik niet hier??? Ohnee, dat is voor auto’s, ik ben een fiets. Terugtraprem! Wat een stress!

I’m a survivor.

Ik haat fietsen.

Oude liefde roest niet

Om precies te zijn, 18 maart 2008, haalde ik mijn motorrijbewijs (Motorrijles).
Mijn eerste motor had ik al, een Yamaha YZF750r. Wit met roze en een beetje blauw (Topsport!).
Yamaha YZF750R
Ik vond het fantastisch! Ik heb met veel plezier gereden, ondanks de pijn in mijn rug en polsen van de houding. Mijn volgende motor werd mijn droommotor. Een zwarte Honda CBR Fireblade 1000RR.
Honda CBR Fireblade 1000rr
Verstandig? Neen, want ik zat nog platter. Maar ik zag mijn Black Beauty staan en tja… Ik werd gewoon verliefd.
Wat een fantastische motor was dat. Even het gas aan tikken en je vloog vooruit. Super! Maar na een half uurtje, 3 kwartier, werd het een pijnlijke rit en wilde ik weer naar huis. Lange tourritten werden een ware marteling en ik verloor het plezier in het rijden. Daar waar ik op de Yamaha de pijntjes niet vond opwegen tegen het plezier, was dat bij de Black Beauty wel anders. Na de laatste rit, voor de poort, was ik mijn spierkracht kwijt en ik liet de motor vallen, ik hield hem gewoon niet meer. En ik schrok. Want als dat gewoon zittend op de motor al gebeurde, wat dan als ik voor het stoplicht stond een keer? Ik kreeg de motor in mijn eentje niet overeind. Dus met pijn, veel pijn in mijn hart, verkocht ik de machine, met het doel een andere motor te kopen. Eentje waar ik wat rechter op op zou zitten. Hoewel ik steeds weer op de supersport uit kwam, leek ik de Naked Bike ook wel mooi te vinden. En ik ging op zoek. 2 jaar lang zoeken naar een motor die ik mooi vond en die lekker reed.
Mijn doel vervaagde, ik vergat hoe leuk het het motorrijden vond. Het zakte weg….

Tot ik dit jaar iemand leerde kennen die het gevoelige motorplekje wist te vinden. Hij stofte het af door wat vragen te stellen en het gevoel wat ik de eerste jaren had, de kick, het plezier, vlamde weer op. Maar ook mijn verstand. Want, ik wilde ook een nieuwe keuken en ik kon niet én een keuken én een motor. Heel lang duurde dat niet. Want de huidige keuken is niet praktisch maar wel acceptabel voor een jaartje of wat nog. Ik leef NU.
Dus hij begon, aangestoken door mijn enthousiasme, aan het lessen en ik, ik heb afgelopen vrijdag mijn nieuwe liefde opgehaald. Een Honda Hornet 600F.
Honda Hornet 600FHonda Hornet 600F
Rijdt fantastisch, ziet er fantastisch uit en ik voel me fantastisch als ik er alleen al schuin naar kijk. Beetje jammer van de regen vandaag, want ja… Ik Wil NuNuNu Rijden!
Maar ja, dan wordt de motor vies en nat… Dat willen we natuurlijk niet 😉

Alles draait….

Ik word wakker en voel het al voordat ik mijn ogen heb open gedaan. Het is weer raak. Alles draait. Ik haal diep adem en blijf met mijn ogen dicht liggen. Verstandelijk weet ik dat het niet ernstig is, ik kan niet vallen als ik stil blijf liggen, maar mijn lijf heeft het gevoel te vallen. Een constante val. Ik doe mijn ogen open in de hoop dat de duizelingen stoppen. Maar nee, het wordt alleen maar erger. De kamer draait en schommelt alle kanten op. Ik ga op mijn rug liggen en sluit mijn ogen en haal diep adem en probeer mij op de ademhaling te concentreren.

Shit.

Normaal zakt het wel weer af maar nu niet. Mijn handen klauwen in het dekbed zodat ik het gevoel heb niet te kunnen vallen. Natuurlijk weet ik dat ik niet val… Maarja… mijn evenwicht is van slag. Ik draai me op mijn zij en blijf liggen. Zo stil mogelijk en hoop dat ik snel weer in slaap val.
Als ik na een tijdje weer wakker word, draait alles nog steeds. Maar ik moet plassen. Ik probeer het te rekken maar die rek is op, alle rek zit namelijk al in mijn blaas. Goed. Uitdaging. Ogen dicht en overeind gaan zitten. Ik hou mijn bedrand zo hard vast, dat mijn knokkels wit worden en heb het gevoel dat ik omval. Ik ga langzaam staan maar mijn oren beginnen te suizen en de hele kamer draait. Ik zak op mijn knieën en kruip letterlijk naar de badkamer. Het gaat. Niet van harte maar het gaat. En weer terug naar bed. Liggen in de foetushouding en hopen dat ik snel slaap. En zo breng ik de ochtend en een deel van de middag door. Als ik wakker word van de koppijn door het vele slapen, knort mijn maag. Ik heb dorst en honger. Nog steeds draai ik alle kanten op voor mijn gevoel maar het is iets minder. Steunend langs de muren doe ik wat kleren aan en ga op mijn billen, de trap af. Pak sap, droge crackers en kaas. En zo breng ik de rest van de dag door. In de foetushouding op de bank met een pak drinken binnen handbereik.
Veel meer dan wat dommelen, nadenken, hopen dat ik niet val en nog harder hopen dat het over gaat, kan ik niet. Misschien morgen een betere dag…

dizzy

Dag Wim

En zo overleed Wim op 25 december 2013 om 22:10u in het bijzijn van zijn vrouw, kinderen en mij.
Het bleek eerste kerstdag te zijn. We hadden niet echt een gevoel bij die dag, want alles stond in het teken van Wim. Zijn laatste dagen waren erg moeilijk voor hem. Hij was erg onrustig. 24 december in de ochtend, hebben Wim en ik voor het laatst geknipoogd naar elkaar. Het ging al trager en minder krachtig. Toen ik aan het eind van de dag weer kwam, werd hij niet meer wakker. Hij was te diep weg om te reageren. Hij was wel onrustig. Daarom werd er besloten om hem meer rust te geven door middel van een slaapmiddeltje. Een dag later overleed hij. In zijn slaap. Heel rustig. Hij haalde gedurende de dag al anders adem. Oppervlakkiger. Op het laatst alleen als een soort automatisch mechanisme. Tot het stopte…..
‘Het is gebeurd.’

images

’25 december om 22:10u liet het leven Wim los,’ zoals de uitvaartonderneemster zo mooi zei. ‘En vandaag, laten wij het lichaam van Wim los.’
Dat was vanmorgen….

Dag Wim…

We zullen vanavond wél de schalen leegeten

Moeders: Kom jongens, eet nog eens wat! Anders hou ik zoveel over!
Vaders: Hoho, niks daarvan! Anders heb ik morgen niks lekkers te eten!

‘Wat een gedoe’

Herinnert u zich deze nognognog?
klikkerdeklik

Inmiddels zijn we exact 7 maanden verder toen hij een herseninfarct kreeg, terwijl hij eindelijk hersteld was na die zware chemo’s, waarvoor hij ook in het ziekenhuis heeft gelegen omdat zijn lijf het toch wat te zwaar had. Vol met plannen om naar de kerstmarkt in Duitsland te gaan, vol plannen met dingen opruimen en regelen voor later, als hij slechter werd en uiteindelijk ergens in 2014 zou overlijden. Medio 2014, want we waren positief. Voor de 12 maanden gingen we.
‘Zo gezond als een vis’, zo voelde hij zich weer. En toen, opeens, ging het mis. Vrijdag de dertiende notabene. Het eerste infarct. Hij herstelde redelijk in het ziekenhuis. Hij kon nog lopen, had praatjes en kon zelfstandig eten en drinken. Tot we woensdag kwamen… Nog een infarct. Wat een nachtmerrie. Hij kon niks meer. Alleen maar staren en later ook huilen. Hij begreep alles… Wat een verdriet, wat een frustratie, wat een ellende. Of zoals hij zelf regelmatig zei: ‘Wat een gedoe’. Gevangen in zijn eigen lichaam.

Inmiddels is hij thuis om zijn laatste dagen (hopelijk geen weken) door te brengen. We waken aan zijn bed zodat hij nooit alleen is.

Zijn vrouw is fantastisch, vol geduld en propvol met liefde voor hem. Zijn zoons zijn fantastisch. De beste zonen die je je maar wensen kan. Ze wisselen elkaar af en vangen elkaar op als ze niet boven tafel krijgen wat hij wil of bedoelt. Want dat is lastig en frustrerend. Zie er maar eens achter te komen met alleen knipogen en hoofdschudden wat hij bedoelt. Maar ze doen alles voor hem. Alles om het hem zo comfortabel mogelijk te maken.

Elke keer als ik binnen kom en weg ga, word ik getrakteerd op dikke knipogen en halve glimlachjes. Ik zoen hem plat, kriebel door zijn dunne haar. Ik zou willen dat ik had kunnen zeggen dat hij de leukste schoonvader is die ik heb gehad. Oke, het is mijn tweede schoonvader, maar van die twee is hij wel de leukste. Vooral sinds de kankerdiagnose zijn we closer geworden. Toen hij ons naar Schiphol bracht maakte hij het meesterlijke grapje: ‘Nou, ik zal zorgen dat ik niet dood ga tijdens jullie vakantie!’. Ik hou er van, zulke humor. En zo zaten we vaker op 1 lijn. Nog geen twee weken na onze thuiskomt, zitten we er midden in. Afscheid nemen.

Fuckzooi, we waren er nog niet klaar voor.

frustration

Japan

Toen we in Cuba zaten, wisten we al dat we deze reis gingen maken met een aantal ‘collegakoigekken’.
Japan…. Een paar dagen Tokio en daarna richting Niigata, ons koihart ophalen. Met 6 man en 5 vrouw sterk hebben we dit avontuur, deze droomreis, gemaakt. Inmiddels weer in Nederland met een jetlag. Tijd voor een blog en wat foto’s van dit bijzondere land.

Tokio
19 november vertrekken we vanaf Schiphol. Eerst richting Munchen alwaar we een overstap maken richting Narita. Na een lange reis, komen we 20 november in het hotel aan. Prachtig hotel, prima kamer. We besluiten als groep Tokio te gaan verkennen en om vooral niet te slapen zodat we aan het tijdsverschil kunnen wennen, ook al missen we een nacht slaap. We blijken in de buurt van een park te zitten en niet al te ver van een winkelcentrum. Op de terugweg dineren we bij een Chinees restaurant (ja echt!)

DSC_3150

DSC_3155

DSC_3173

21 november zijn we al vroeg uit de veren om naar ’s werelds grootste vismarkt te gaan. Om 4.45u staan we er al voor de deur. Mogen we nu naar binnen of niet? We gaan gewoon. Het is een drukte van jewelste. Geen toeristen, alleen maar mannen (tjes) die hard aan het werk zijn, overal staan stapels dozen met vis, krabben, zeedieren die ik nog nooit heb gezien maar ook groente, kruiden, potjes en thee. Het is heel indrukwekkend. Uiteindelijk zou er ook tonijn geveild moeten worden ergens. En dan niet de blikjes, maar de hele vis. We gaan op jacht en komen inderdaad de afgesloten ruimte tegen. We mogen er absoluut niet naar binnen en ook geen foto’s nemen (wat we wel hebben gedaan natuurlijk). We worden opgevangen door een bewaker die heel vriendelijk is. Met een beetje Japans, Engels en het betere handen en voetenwerk, vragen we of we ergens naar binnen mogen. De bewaker geeft een plattegrondje en vraagt of we hem willen volgen. Hij is uitermate beleefd, net als alle Japanners trouwens. Maar al snel blijkt dat we er gewoon uitgezet zijn. Zo aardig als hij was. We gaan terug naar het hotel om vanaf 8.30u weer terug te komen. Dan pas is het geopend voor toeristen.
Zie de foto’s.

DSC_3208

DSC_3203

DSC_3199

DSC_3194

DSC_3193

DSC_3184

DSC_3182

DSC_3179

DSC_6510

DSC_3265

DSC_3264

DSC_3247

DSC_3210

DSC_3221

DSC_3228

DSC_3240

DSC_3241

Na de markt gaan we het park in waar bruidsparen zijn voor op de foto en ook wij mogen foto’s maken. Het is bijzonder om in een park rond te wandelen, omgeven door hoogbouw. Maar het is er prachtig!

DSC_3288

DSC_3300

DSC_3308

DSC_3321

DSC_3328

DSC_3341

DSC_3344

DSC_3361

DSC_3345

We komen onderweg nog een tempel tegen waar we ook een kijkje nemen.

DSC_3616

DSC_3613

DSC_3614

DSC_3605

DSC_6613

DSC_3374

Te voet gaan we richting Tokyo Tower. Met de lift omhoog met een indrukwekkend uitzicht.

DSC_3397

DSC_3395

DSC_3404

22 november komen we, als we op pad gaan, heul veul auto’s tegen. Klassiekers. Het blijkt dat de Coppa di Tokyo die dag van start is gegaan.

DSC_3497

DSC_3513

DSC_3522

DSC_3524

DSC_3528

We wandelen verder richting boot voor een boottochtje. Met een kleuterklas…. Daar kwamen we later pas achter 🙂

In de middag kregen we een presentatie van een koivoerfabrikant en zijn we mee uiteten genomen. Echte Japanse Sushi. Zo lekker heb ik het nog nooit gehad. Heer-lijk. De sashimi, tonijn, was van echte verse tonijn. Duur dus. Maar, zo ontzettend lekker. En dan ook nog Japanse stijl, zittend op de grond.

DSC_3486

DSC_3488

Toen ik op stond om naar het toilet te gaan, schrok de serveerster van mijn lengte. Ja, ze was denk ik 1,45. Dan ben je al snel een reuzin natuurlijk.

23 november gaan we naar het oude centrum van Tokio. Daar gaan we een tempel binnen. Prachtig! Druk! Maar prachtig! Er staan ook beeldjes met rode mutsjes en een slap. Na een googlesessie komen we er achter dat deze beeldjes staan om kinderen te beschermen. Kindjes die niet geboren zijn. Rijen en rijen beeldjes staan er. Sommige met helder rode mutsjes, sommige met mutsjes waar de kleur niet meer van te zien is.

DSC_3561

DSC_3559

DSC_3557

DSC_3550

DSC_3545

DSC_3379

DSC_3382

DSC_3383

DSC_6553

DSC_6543

Na de tempel en het kopen van wat souvenirs, gaan we naar het drukste kruispunt ter wereld:

DSC_3628

Niigata

24 november gaan we met de bullettrein naar Niigata en laten we het drukke Tokio achter ons. We hadden trouwens prachtig weer daar. Ik liep een beetje voor paal met 16 graden in de zon en mijn slaapzakjas die noordpoolbestendig is. Swa.

DSC_3642

DSC_3645

DSC_3531

DSC_3535

DSC_3537

Als we aankomen in Niigata, worden we opgevangen door onze gids en naar ons vieze hotel gebracht. Nouja, vies. Het is een hotel waar ze geen ‘no smoking room’ kennen. Bahbahbah. Alsof je in het rookhok van kantoor staat. Maar goed. Als dat het dan is… Raam open en we overleven het vast wel (dat deden we ook 🙂 ).
We gaan gelijk naar een showroom voor aquaria. Prachtig! Eigenlijk wil iedereen nu wel een aquarium 🙂
In de avond eten we een heerlijke steak.

25 en 26 november bezoeken we zo een 40 kwekers waar we mooie tot fantastische koi krijgen te zien. Koi met een waarde waar je een luxe vakantie van kunt houden. De crème de la crème onder de koi…. Hongerige tosai (babyvisjes), rustig zwemmende yonsai (4 jaar) en alles daar tussen. Van 2 cm tot een meter. 1 meter!

DSC_7002

DSC_6814

DSC_6851

DSC_6871

DSC_6717

DSC_4027

DSC_4049

DSC_3939

DSC_3968

DSC_3989

DSC_3882

DSC_3881

DSC_3780

DSC_3779

DSC_3778

DSC_3776

DSC_3769

DSC_3747

DSC_3740

DSC_3708

DSC_3713

DSC_3732

DSC_3722

DSC_3693

DSC_3690

DSC_3679

DSC_3696

DSC_3686

DSC_3662

DSC_3678

DSC_3672

DSC_3657

DSC_3652

27 november zetten we onze gids af bij een veiling. We mogen de vissen voor de veiling bekijken. Ze zijn prachtig. De 1 nog mooier dan de ander. Aan het eind van de dag horen we dat er een vis voor het bedrag 21 miljoen (!!!) Yen is verkocht. Omgerekend zo een 150.000E. Wat een geld.

DSC_6990

Anyway, terwijl onze gids dapper aan het bieden was op koi, zijn wij met zijn 11, met een auto, op weg gegaan. Het ging niet geheel vlekkeloos maar we hebben het koimuseum gevonden en in de middag in een supermarkt gelopen. Groooooote supermarkt met veel aparte dingen.

DSC_7008

DSC_6997

28 november gaan we de bergen in. Het is koud en nat en helaas zien we niks als we op het hoogste punt staan. Maar dat maakt niet uit. Het is op andere punten, die lager gelegen zijn, al prachtig. We bezoeken nog een paar kwekers onderweg. Overigens zijn er een aantal kwekers die ook Fancy Goldfish kweken. Ook leuk

DSC_4075

DSC_4072

DSC_4045

DSC_4032

DSC_4021

DSC_4018

DSC_3999

DSC_4007

DSC_4008

DSC_3994

DSC_3772

DSC_3481

29 november gaan we richting de kust. Het is rond het vriespunt, de regen komt horizontaal voorbij maar het is erg mooi. We gaan bij een kweker langs en hij neemt ons mee uiteten. De gids lacht als hij vertelt dat we ‘echt Japans’ uiteten gaan. Het worden rauwe, ja, rauwe garnalen. Glibberig, met grijze eitjes tussen de poten, liggen ze op een schaaltje. De kweker kijkt mij iets te blij aan en tja… Nouja, eentje kan ik wel proberen. Ik knijp in zijn staart en trek de kop eraf, zodat ik het eetbare over hou. Het ziet er niet alleen glibberig uit, zo voelt het ook. Heel zacht. Ik stop de garnaal in mijn mond en… Het is heerlijk! Een zachte structuur maar ook een zachte smaak. Hmmmm. De kweker kijkt mijn vragend aan en ik steek mijn duim op. Hij klapt enthousiast in zijn handen en giechelt. Hij is in zijn nopjes.
Bij het hoofdgerecht komt hij aangelopen met een kommetje soep met witvis en zet deze bij mij neer en zegt ‘challenge for you’. Het klinkt spannender dan het was. Het was echt alleen witvis in een soepie. Prima te doen 🙂

DSC_4157

DSC_4151

DSC_4154

DSC_7144

30 november
Helaas… we gaan weer terug. 26 uur zijn we onderweg. Geen vertraging gelukkig en heerlijk geslapen in eigen bed.

DSC_7139

DSC_7138

DSC_7104

DSC_6770

DSC_4162

DSC_4134

DSC_4061

DSC_4068

9 jaar en 75 kilo

Nee, het gaat niet om een 75 kilo wegend kind van 9 jaar maar het gaat om morgen. Morgen, 9 jaar geleden, ging ik met mijn derrière van 150 kilo, naar België. 9 jaar geleden werd ik geopereerd. Een Gastric Bypass. 9 jaar geleden, woog ik voor het laatst zo zwaar. En ik heb gezworen, nooit meer zo dik te worden. Nooit meer kuipstoeltjes mee te nemen met mijn achterwerk als ik opsta, nooit meer door stoeltjes/bedden/vloeren (ja echt) heen te zakken, nooit meer mensen uit hun vliegtuigstoel drukken als ze het ‘geluk’ hadden om naast mij te zitten. Nooit meer schamen voor mijn lijf. Nooit meer naar een grote-maten-winkel te gaan. Nooit meer.

De operatie ging voorspoedig. Ik herstelde snel en binnen 2 weken was ik weer aan het werk en 10 kilo lichter. Mijn broeken begonnen af te zakken en mijn moeder naaide zich een slag in de rondte om er voor te zorgen dat ik niet elke week nieuwe kleren hoefde te kopen. Ik kon wel geteld 4 weken kleren van mijn moeder lenen en toen moest ik zelf gaan shoppen. In een jaar tijd was ik 75 kilo afgevallen. Vijf-en-zeventig kilo! De helft van wat ik woog. Een compleet persoon.
Mensen die ik een tijd niet had gezien, herkende mij niet (hilarisch).
Mannen keken opeens naar mij om (huh?) en vrouwen wilden opeens een praatje maken (nog een keer huh?).

Na wat corrigerende operaties, was het zo ver. Ik ging een bikini kopen. Mijn eerste ooit. En ik ging naar de sauna! En ik werd fan. En ik ging naar ‘normale’ winkels om kleren te shoppen. Ik durfde weer uiteten te gaan. Geen blikken meer van omstanders. Geen kinderen meer die riepen dat ik dik was. En sinds kort, draag ik skinny’s! I know! Ik! Skinny-broeken!

Was het een makkelijke weg? Nee. Mijn eetpatroon is compleet omgegooid. Ik kan niet alles meer eten. Ik moet de rest van mijn leven onder controle blijven en bepaalde supplementen slikken/spuiten. Ondanks dat is het prima leefbaar. Volgens mij hebben andere mensen er meer moeite mee (maar wat eet je dan?) dan ik zelf.
Zolang ik nog uit eten kan, vind ik het best. Ik hou van eten, dat zal niet veranderen 🙂
Inmiddels ben ik zo ver, dat ik mijn 9-jarige post-up verjaardag nu eens een keertje níet vier met eten maar met een blogje 🙂
Hoera!

0ec0118611798e2ac6ce2cfc76c99f4c

Warm

Het is warm in Nederland.
Het is warm bij mij op kantoor. Geen airco. Maar op het heetst van de dag de volle zon op het raam met lamellen die niet goed sluiten en verder geen zonwering. Met twee ieniemieniekantelraampjes lukt het niet echt om tocht te creëren. Dapper probeert de kantoorventilater een briesje door het zweethok te waaien. Een föhneffect. Er zit een tik in 1 van de bladen, waardoor de radio moeite heeft om erboven uit te komen. Het wordt steeds warmer en bedompter en de kleding begint te plakken. Bah. De hoofdpijn komt op en om 15u heb ik voor de 6e keer mijn flesje gevuld met koud water om te zorgen dat ik vooral kan blijven zweten.

Ik wil naar het strand. In bikini. En dan je voetzolen verbranden aan het hete zand en de zee in lopen. Met een stevige tred. Tot dat je aan je kruis in het water staat en je armen maf omhoog doet en op je tenen verder loopt omdat het zo koud is op je hete huid. En als je dan tot je oksels in het water bent, een soort mislukte, halve duik nemen en kopje onder. Het zoute water proeven op je lippen. Dan weer terug naar je handdoekje, op je rug liggen en opdrogen en dan op je buik liggen en verder drogen. Vervolgens dit hele ritueel een keer of vier herhalen om vervolgens richting terras te sloffen, jezelf in een oncomfortabele rieten stoel te nestelen, welke zich zonder medelijden in de achterkant van je blote benen stempelt en dan een koud drankje, met condens aan de buiten kant van je glas. Je huid trekkerig van de zon, je haren touwerig van het zoute water…. Je voeten vol zand, een rood verbrand randje langs de pijpjes van je bikinibroekje omdat je je daar niet goed hebt ingesmeerd….
Ja… dat wil ik!

Maar helaas… de telefoon gaat al weer en ik schrik op uit mijn dagdroom…. *zucht*

Strand