Alzheimer

Alzheimer

Haar man is gevallen. Hij is 91 en snapt het allemaal niet meer zo goed. Hij heeft Alzheimer. Zijn vrouw hoopt dat er ergens nog iets van hem is. Maar hij is niet meer de man van vroeger. Ze is in de 80 en kan hem niet meer helpen bij het opstaan. Haar rug…

De hele nacht is hij aan het spoken geweest. Hij houdt haar wakker. Keer op keer heeft ze hem gezegd dat hij naar bed moet en moet slapen. Eerst met liefde en geduld maar liefde en geduld, gedurende de tijd die weg tikt, verandert in irritatie. ‘Ga nou slapen! Ik wil slapen, André, ga nou alsjeblieft gewoon slapen, ik ben zo moe.’ Hij mompelt wat en gaat weer liggen. Hij brabbelt onophoudelijk door. Het is 7 uur….
De wanhoop nabij, zo moe, gaat ze naar de woonkamer, op de bank liggen met een plaid en een kussen. Na een minuut of 10 hoort ze hem binnen schuifelen. Hij zoekt haar. Ze houdt zich slapend en hij pakt het plaid en trekt het wat hoger op om haar goed toe te dekken en hij aait haar over haar haren. Mompelend, zijn eigen verhaal, schuifelt hij de woonkamer uit, terug naar de slaapkamer. Ze hoort hem wat rommelen, maar het kan haar niet schelen. Het gaat bijna elke nacht zo, maar ze houdt zoveel van hem.
En dan een bons, en een brul.
Ze schrikt en snelt op het geluid af. Haar man is gevallen in de slaapkamer. Hij vraagt om haar hand en probeert overeind te komen. Maar zijn oude stijve benen en gewrichten werken niet mee en ze kan het niet. Ze huilt. ‘Ik kan het niet André, ik kan het niet meer!’.
Hij heeft niks gebroken, maar blijft om haar hand vragen zodat hij kan opstaan. Ze pakt een kussen en een dekbed, zet de verwarming aan. Hij blijft haar bewegingen volgen. ‘Geef me nou je hand! Ik kan niet alleen opstaan! Kom nou!’

Ze belt naar de thuiszorgorganisatie dat haar man is gevallen en dat er iemand moet komen.
Dikke tranen. Tranen van frustratie, tranen dat ze weet dat het zo niet langer kan, tranen van onmacht.
En dat is het moment dat ze mij aan de lijn krijgt. Tot er hulp is.

20 minuten heb ik het verhaal aangehoord. Hoeveel ze van haar man houdt, hoe graag ze voor hem wil zorgen, hoe vaak ze de neiging heeft hem door elkaar te rammelen als er weer zo een nacht is geweest, gek van moeheid. Maar ook hoe ze leeft van de momenten dat hij haar haren aait, haar een kus geeft.
Ontzettend frustrerend dat hij, de man waar ze zo veel van hield, er niet meer, of bijna nooit meer is.
De keuze tussen hem en haar. Hem op laten nemen in het verpleegtehuis betekent nachtrust voor haar, minder zorgen en minder frustratie, maar geen leven voor hem. Maar hem thuis houden betekent geen leven voor haar… Ze kan het niet.. Ze houdt zoveel van hem. Ze wil hem niet laten ‘opsluiten’ en laten wegkwijnen in één of ander tehuis. ‘Wat kan mij nou gebeuren?’
Ondertussen hoor ik haar man roepen om haar hand.
‘Nee André, nee! Ik kan het niet, ik kan je niet helpen, blijf nou liggen!’

‘Hij wilde nooit opgenomen worden weet u, daarom doe ik het niet.’
Ik vraag haar wat hij gezegd zou hebben als ze 10 jaar geleden deze situatie zou schetsen, of hij het dan nog niet zou willen.
Ze moet er over nadenken.
‘Hij houdt ook zo veel van mij… Dit zou hij niet gewild hebben voor mij… Dan zou hij mij boven hem verkiezen, dat weet ik zeker.’

De hulp arriveert… Meneer mankeert niks, gelukkig. Mevrouw was overstuur maar al een stuk kalmer.

Wat vind ik dit soort verhalen ontzettend verdrietig en aangrijpend om te horen. Mensen gaan niet meer samen naar het bejaardentehuis zoals vroeger. Je wordt uit elkaar gehaald.
Ook al ben je 60 jaar getrouwd….

Till death do us part?

 

3 gedachten over “Alzheimer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.